Week 8 : Derrynasliggaun – Sligo – Derry

Klik HIER om de foto’s van WEEK 8 te bekijken

Maandag 8 juli : Derrynasliggaun – Westport (59,5 km)

 

Voor de kilometersponsors en al wie mij en Cipriano met een km-bijdrage nog een duwtje in de rug wil geven: vandaag overschreed ik de kaap van 2000 km.
Kilometersponsoren kan via een aanmelding via de website — tab ‘solidariteit’ — of via een pb of mailtje naar mij met het aantal cent/km dat je wil geven. Na afloop van mijn tocht krijg je een uitnodiging met het totaal aantal gereden kilometers en het verschuldigde bedrag. Met een maximum van 5000 km, maar zoveel ga ik dit jaar zeker niet halen.

 

De 2000-km kaap mocht ik overschrijden tijdens een bloedmooie rit, eerst rond de lange Killary fjord, dan langs de Aasleagh waterval waar zalmen trachten stroomopwaarts te springen, en daarna verder langs meren, uitgestrekte plateaus en uiteindelijk de kust tot Westport, een klein maar bruisend stadje.

De foto’s spreken voor zich.
Klik op bovenstaande link om alle foto’s op Flickr te bekijken.

 

Dinsdag 9 juli : Westport – Crossmolina (51,5 km)

 

Vandaag terug een ‘normale’ rit door de Ierse buiten en langs/rond de Nephin berg.

 

De eerste 13 km van Westport naar Newport verliepen via de ‘Great Western Greenway‘, een voormalige spoorweg, maar daarvan was niet zoveel te merken wat het was een vrij bochtig en heuvelachtig traject. Eigenlijk was het op veel plaatsen een vrijliggend fietspad naast de N59. De Greenway gaat nog 30 km verder tot Achille Island, dat heel mooi moet zijn, maar die richting moest ik niet uit.

 

Na een bocht van +90° in Newport had ik de wind, die weer stevig te keer ging, in de rug. Gelukkig maar, want ik had geen goede fietsbenen vandaag.

 

Onderweg leerde ik dat de Ieren hun Whiskey met een ‘e’ achteraan zijn beginnen spellen na onenigheid met Schotse Whisky merken over een nieuwe, snellere stookmethode die de smaak echter niet ten goede kwam.

 

Vanavond slaap ik op een ‘vrije bijdrage’ camping bij het meer in Crossmolina, met enkel maar een toilet. Daarom zit ik nu nog effe in een pub. Seffens tent opstellen en recht de zak in 😴😴😴.

 

Addergoole Titanic Memorial Park

 

Veertien inwoners van het nabije Lahardene voeren mee naar het land van belofte op de Titanic. Ze lieten een grimmig armoedig bestaan op het Ierse platteland achter zich met hoop op een betere toekomst in Amerika.

Als gevolg van de aardappelhongersnood van 1847-49 halveerde de bevolking van het arme county Mayo van 400.000 naar 200.000 op 50 jaar tijd, omdat veel jongere bewoners emigreerden naar alle uithoeken van de wereld. De Ierse diaspora.

 

Van de 14 Titanic passagiers kwamen er 11 om. Hun verhalen zijn te lezen op een paneel. Er was een pas gehuwd koppel bij (1911) die hun eerste kind verwachtten. De zwangere vrouw en haar schoonzus mochten op reddingsboot 16, maar de echtgenoot/broer werd geweigerd want vrouwen en kinderen kregen voorrang. Toen besloten beide vrouwen terug de Titanic op te klimmen om samen met echtgenoot/broer te sterven. Een ander jong meisje uit Lahardene werd gered omdat ze dankzij hun beslissing mee in sloep 16 mocht. Hartverscheurend.

 

Het memorial werd pas 100 jaar na datum opgericht. Later zei een man in het dorp me dat spreken over die ramp lang taboe was, omdat de drenkelingen de leningen die ze aangegaan hadden om de overtocht te betalen, niet hebben terugbetaald. Nog eens hartverscheurend voor de nabestaanden…

 

Woensdag 10 juli : Crossmolina – Sligo (80km)

 

De zogenaamde ‘camping met enkel toilet’ in Crossmollina is uitgedraaid op een nachtje wildkamperen. Er stond geen enkele campervan, er waren alleen enkele vissers bezig met hun bootjes, en hondenwandelaars. Ik zette mijn tentje wat uit het zicht bij het meer en kroop erin, want er waren te veel mugjes om buiten te zitten.

 

Toen ik iets na tienen mijn tanden wilde gaan poetsen, was het toiletgebouwtje op slot, waarschijnlijk omdat er geen campervans stonden. Water had ik voldoende bij, en gelukkig was er geen gebrek aan ‘boskes’.

 

Vanaf 7:30 kwamen er alweer hondenwandelaars opdagen, maar toen was ik al bijna ingepakt. Om 8 uur zat ik ter fiets voor een 80-tal km naar Sligo.

 

Iets na negenen was ik in Ballina, waar men alles in gereedheidheid aan ’t brengen was voor een jaarlijkse braderie. Ballina is de hoofdstad van de zalm, omdat de stad aan de monding van een van de zalmrijkste rivieren ligt. Vroeger werden er tot 50.000 zalmen per jaar gevangen, maar nu is grootschalige zalmvangst niet meer toegelaten. Alleen met de werphengel mag er nog gevist worden, en die sport werd er vanmorgen druk beoefend.

 

Het vervolg van de rit verliep grotendeels in de miezer of regen. GoogleMaps stuurde me ook nog eens door een moeilijk befietsbare landweg, gelukkig maar gedurende een kilometer.

 

Subiet begint hier live music, maar zo lang ga ik het niet meer trekken, vrees ik….

 

Donderdag 11 juli : Sligo – Bundoran (50km)

 

Vanmorgen was het regenachtig en besloot ik in Sligo eerst het WB Yeats memorial house te bezoeken, een gebouw in rode bakstenen gebouwd in Victoriaanse stijl. Ik was blijkbaar de eerste bezoeker en kreeg een privé-rondleiding door de plaatselijke gids.

 

    

 

Yeats verbleef als kind regelmatig in Sligo, zwierf er rond in bossen, heuvels en langs kusten en de streek bleef voor hem een eeuwige bron van inspiratie, hoewel hij als dichter/kunstenaar in grootsteden moest verblijven om aan de kost te komen. Op weg naar Bundoran passeerde ik ook nog langs de kerk waar zijn graf staat met het bekende opschrift:

 

“Cast a cold Eye
On Life, on Death.
Horseman. pass by!’

 

Toen ik het museum verliet, was het wat opgeklaard met af en toe een streepje zon, en vermits mijn volgende bestemming vandaag maar een 40-tal km verder lag, besloot ik eerst nog een omwegje van een 10-tal km te maken naar het ‘Carrowmore Megalithic Complex‘, een plek waar een 30-tal megalitische ‘ganggrafmonumenten’ [passage tombs] blootgelegd werden. De site dateert van 5700 jaar geleden, het tijdperk dat de landbouw begon wortel te schieten in Ierland.

 

 

Oorspronkelijk waren er meer graven, maar die werden in de loop der jaren geplunderd en verwoest, ofwel werden de stenen van de cairns (steenhopen) gewoon hergebruikt om de bekende Ierse weidemuurtjes mee te bouwen.

 

Het merkwaardige aan deze plek is dat alle graven in een ovaal rond een grote, centrale dolmen staan waarover een hoge cairn gelegd werd. Die dolmen (Listoghil) was via een smalle doorgang te bereiken, vandaar de term ‘ganggraf’). De gang is oost-zuidoost gericht, naar de plek waar op Halloween (31 oktober) en rond 10 februari de zon opkomt achter de heuvels en recht in de doorgang schijnt tot op het grafmonument. Dat heeft vooraan een wandsteen met een puntige bovenkant, die dan op de achterwand een zonnewijzer vormt.

 

De denkplaat van de dolmen moest in een hoek van 6° opwaarts liggen om de zonnestralen tot achter te laten schijnen. Om die juiste hoek te creëren, werde er kleinere keien tussen de dekplaat en de zijwanden gepropt. Zonder dat er kranen of heftrucks aan te pas kwamen, wel te verstaan….

 

 

De grafgangen worden verondersteld de overgang van het land der levenden naar dat van de doden te symboliseren. De megalieten zelf, die wegens hun duurzaamheid een eeuwigheidswaarde toegeschreven kregen, vormden waarschijnlijk het bindmiddel met voorgaande generaties.

 

Carrowmore ligt net in het centrum van het schiereiland en is, behalve aan de zijde van de oceaan, omgeven door heuveltoppen. Op elk van die heuveltoppen bevinden zich ook hoge cairns, waarvan die van mount Knocknarea in het westen met het blote oog zichtbaar is. Die cairn zou het graf van Maeve zijn, een helfhaftige koningin uit Ierse legendes, maar er zijn nog graven in Ierland die claimen dat Maeve daar begraven ligt. De cairn werd nog niet op zijn inhoud onderzocht, en volgens de plaatselijke gids is dit maar beter zo, want als zou blijken dat Maeve er niet begraven ligt, zou dit het plaatselijke toerisme niet ten goede komen.

 

 

Hoe meer van die megalieten, Keltische en vroegchristelijke ruines ik bezoek, hoe meer ik begin stil te staan bij de evolutie van onze planeet, de onderlinge afhankelijkheid van alle fenomenen, inclusief onszelf, en de ingrijpende rol die de mensheid er de laatste millenia — een speldeprik op de tijdlijn van het heelal — in gespeeld heeft. Die evolutie is in het Ierse landschap nog heel erg voel- en zichtbaar.

 

Tijdens de rit naar Bundoran daarna kreeg ik terug wat regenbuitjes over me heen. Onderweg zag ik in weides en turfvelden nog steenhopen en megalieten, het wemelt er hier van. Het laatste stukje fietste ik terug langs de oceaan.

 

Vrijdag 12 juli : Bundoran – Rossnowlagh (18km)

 

Kort ritje van 18 km. Ik wilde nog een extra nachtje in het Bundoran Hostel verblijven omdat de voorzieningen en de wifi er zo goed waren, maar ze waren volzet tijdens het weekend. Dan ben ik maar naar de dichtstbijzijnde camping verkast. Jammer genoeg een strandcamping zonder wifi of voorzieningen voor tentkampeerders. Morgen dus weer verder. Niet makkelijk om eens een rust/bijwerkdagje in te plannen…

 

Zaterdag 13 juli : Rossnowlagh – Ballybofey (54km)

 

Klein omwegje gemaakt om Donegal te zien, het zoveelste sfeervolle, gezellige Ierse stadje. Op het marktpleintje was een tweekoppig muziekbandje aan het spelen.
Daarna via de enige weg, de N15 — gelukkig voor fietsers met een brede pechstrook — naar Ballybofey, langs heuvels en de uitgestrekte Barnesmore bog.

 

In Cappry/Ballybofey, een streek met weinig toerisme, ging ik naar het heel recent geopende Ulster Way Hostel, een hostel met enkele bedden en een badkamer in de ‘Finn Farm’ hoeve bij een ruiterschool voor springpaarden.
Eddie verwelkomde me als zijn allereerste hostel gast.

 

 

Hij maakte op 30 januari 1972 Bloody Sunday mee in Derry, die verschrikkelijke zondag waarop het Britse leger 14 ongewapende en vnl. jonge mannen koelbloedig dood schoot tijdens een vreedzame betoging voor gelijke burgerrechten.

Na het avondeten hadden we nog een lang gesprek over de ‘Troubles‘ en de gevolgen voor de Ierse bevolking/politiek. 


Hoewel het vrij laat is geworden, heb ik door dit gesprek nog een hele poos wakker gelegen…

Zondag 14 juli : Ballybofey – Derry 

 

Een 15 km voorbij Ballybofey, nabij het dorp Raphoe, bevindt zich buiten de ruïne van een middeleeuws kasteel ook de grote Beltany Stone Circle (64 stenen), die dateert van het Bronzen Tijdperk (1400-800 BC).

 

 

Volgens Eddie van de hostel waar ik vrijdagnacht verbleef, bleek uit koolstofdatering dat het geen plaatselijke stenen zijn, maar dat ze aangesleept werden van een heel eind verder. Een verklaring voor deze (nodeloze?) titanenarbeid is er niet.

 

Binnen de Stone Circle werden door druïden mensenoffers volbracht van jongeren die zich hiervoor vrijwillig aanboden, met als opzet de goden gunstig te stemmen en een goede oogst af te smeken voor heel hun gemeenschap. Men wandelde 3x in tegen-wijzerzin rond de steencirkel, dan gebeurde het slachtritueel binnen de cirkel, en de ingewanden en resten werden daarna buiten de cirkel achtergelaten.

 

 

Eddie zag in de psychologie van die vrijwillige slachtoffers een parallel met de psychologie van jonge Islamitische zelfmoordterroristen nu. Later werden de mensoffers vervangen door dieroffers.

 

Na de Stone Circle fietste ik, behoorlijk onder de indruk n.a.v. het verhaal over de offers van Eddie, via landweggetjes nog een 40-tal km verder naar de enige camping in de buurt, een kilometer of negen buiten Derry.