Week 7 : Kilrush – Carran – Derrynasliggaun

Klik HIER om de foto’s van WEEK 7 te bekijken.

Maandag 1 juli : Kilrush – Doolin (54km)

 

De rit begon vrij ‘soepel’ en eindige met twee zware klimpartijen over kleine binnenweggetjes, vlak voor en na Lahinch. De beloning voor dat gezwoeg: weidse vergezichten, sommige met de oceaan op de achtergrond.

De wind blies vanuit NW. Die heeft me niet geholpen vandaag.
Ik zit op een camping met zicht op de Moher kliffen. Die staan morgen op de agenda.

 

 

Dinsdag 2 juli : Prachtige dagvullende wandeling over Moher Kliffen. (14,5 km)

Woensdag 3 juli : Doolin – Carran (32km)

 

op weg naar Carran, nabij het The Burren national park, passeerde ik Kilfenora, met het The Burren bezoekerscentrum, een bescheiden 12de eeuwse kathedraal en een aantal grote ‘kruiszuilen’, en een eind verder in Noughaval een kerkje met begraafplaats.

Daartussen de desolate ‘Burren’ landschappen met stenen muurtjes en ruïnes van forten en grafstenen en -heuveltjes die nog zouden dateren uit het neolithicum. Een erg geologisch- en historisch beladen landschap, je kunt zijn geschiedenis als het ware voelen wanneer je erdoor fietst.

 

Deze ‘Poulnabrone’ dolmen was een omweggetje/klimmetje waard.
Hij is een voorbeeld van een portaalgraf. In de jaren ’80 zijn er de resten van 33 skeletten opgegraven van 5800 tot 5200 jaar oud.

 

 

Daarrond de typische afgeplatte gespleten kalkstenen rotsen van De Burren.

 

 

Ten tijde van de constructie van de dolmen was het hier nog bebost. Tijdens de latere ijstijd werden die bossen weggevaagd door gletsjers die afzakten uit de heuvels van Connemara, en die ook grote granieten ‘boulders’ achterlieten die je nu her en der nog kunt opmerken.


Heel speciaal landschap!

Donderdag 4  juli : Carran – Corofin (28 km)


National Park The Burren

 

Op weg naar het park passeerde ik een uitkijkpunt waar zich aan de overzijde van de weg ook een aantal vroegchristelijke ‘penitentiële steenhopen’ (cairns) bevonden.

 

Pelgrims die op weg waren naar het nabijgelegen klooster, in de 6de eeuw opgericht door St. Colmcille, liepen gebedsrondjes rond de steenhopen om boete te doen voor hun zonden voordat ze in het klooster arriveerden.

 

Wandeling rond en over de heuvels in The Burren

 

Dit merkwaardig ‘karsten’ landschap ontstond tussen 360 en 300 miljoen jaar geleden. Toen lag Ierland nog in het zuidelijk halfrond en was er hier een ondiepe Tropische oceaan die af en toe droog kwam te staan. De huidige kalkstenen werden laag per laag gevormd door skelletten van zeediertjes. Bij het meertje aan de voet van de heuvel rook het ook nog erg ziltig, zoals aan de kust. Bij iedere pas treed je hier dus op miljoenen jaren van ontstaan en vergaan. 


Dat zet je wel even aan het denken, over o.a. over onze nietigheid en onbenulligheid in het grotere geheel van de kosmische en aardse geschiedenis…

 

Door inwerking van koolstof ontstonden er scheurtjes (crevasses) in de kalkstenen (clints) die later bredere kloven (grikes) werden o.i.v. zurige regen. Het water sijpelde naar beneden, waar ondergrondse rivieren en plassen ontstonden. Bij veel regenval vormen zich hier op heel korte termijn vennetjes omdat de stijgende waterspiegel door de kloven bovengronds komt te staan. Volgens locals die ik onderweg tegenkwam is deze rondwandeling in de winter soms onmogelijk omdat de laagste gedeelten volledig onder water staan.

 

De komvormige holtes in de kalkstenen heten kamenitzas. Ze ontstaan ook door inwerking van zurig regenwater.
Het moet hier een paradijs zijn voor geologen en fossielenjagers….

Vrijdag 5 juli : Corofin – Creganna (29km)

 

De wind stond in de rug vandaag, daarom besloot ik niet over kleine hobbelweggetjes te gaan bommelen, maar een eveneens vrij rustige R-weg met een beter wegdek te nemen. Die liep dwars door de vlakte achter de Burren heuvels en passeerde bovendien langs het mooie en eveneens ziltig ruikend kalkven Lough Bunny en langs de ruïne van de Kilmacduagh monastieke site.

 

 

Dat klooster werd in de 7de eeuw opgericht door St. Colman Mac Duagh, die er ook begraven ligt. De kathedraal op het kerkhof dateert van de 11de eeuw. Daarvoor stond er waarschijnlijk een houten kerk.

 

 

 

 

De ronde toren was het toevluchtsoord van de monikken tijdens vijandelijke aanvallen. Nu zaten er enkel twee verliefde duifjes op een van de hogere vensterbanken. De toren wijkt 2 voet af van de loodlijn.

 

Morgen Galway stad en dan nog een eindje richting Connemara. Ik vertoef graag in Ierland. Een mooi, spiritueel en hartelijk land.

 

 

 

Zaterdag 6 juli : Creganna – Oughterard (50km)

 

Iets voor 10 uur begon het te miezeren/regenen voor de rest van de dag. Na 12 km was ik in Galway, een heel druk en levendig stadje. Ik kuierde wat rond in de gezellige winkel-wandelstraatjes en een lokaal marktje, en toen het harder begon te gieten zocht ik onderdak in de kathedraal.

 

 

De kathedraal van Galway is de jongste kathedraal die ik ooit bezocht heb, denk ik. Jonger dan mezelf. Ze werd gebouwd op de plaats van een voormalige gevangenis. De bouw ving aan in 1958 en ze werd ingewijd in 1965. Er stonden nog plakkaten van de viering van haar 50ste verjaardag, vier jaar geleden.

 

Daarna reed ik noordwaarts de stad uit want de Wild Atlantic Way is me te druk. In het binnenland zijn echter geen campings, en de enige hostel in de regio zat vol. In de eerste pub waar ik ging vragen of ik mijn tent ergens op een stukje tuin of veld mocht zetten, nodigde Cecilia me uit om bij haar te komen logeren. Geen last van natte tent vanavond en morgenvroeg.

 

Tx Cecilia!

Zondag 7 juli : Oughterard – Derrynasliggaun (50km) 

 

Eerst via de vrij drukke N59, vanaf Maam Cross heerlijk bollen over een rustige regionale weg. De heuvels zijn hier hoger, sommige +700m, de hellingen zijn wat langer maar veel gezapiger. Heerlijk fietsen.
In Maam Cross was een pony- en dog show bezig.

 

Bezoek aan Glengowla Mine

 

Een straf staaltje van 19de-eeuwse ondernemersmeedogenloosheid ten opzichte van arbeiders.

 

Van 1850 tot 1865, vlak na de aardappelhongersnood, werd in Connemara een mijn uitgebaat door ene O’Flahertie, een grootgrondbezitter die in Connemara meer dan 4000 acres (ong. 1600 ha) land bezat. Een van zijn boeren had een heel zware speciale steen gevonden, hij had die in Swansea laten analyseren en het bleek galena te zijn, een mengeling van voornamelijk lood en zilver. De vraag naar lood was toen erg groot — en de prijs navenant hoog — vanwege de Amerikaanse Burgeroorlog en de Krimoorlog, waar met loden kogels geschoten werd. O’Flahertie rook geld en besloot een mijn te beginnen.

 

Na de hongersnood waren de mensen radeloos en bereid eender welke job aan te nemen. De steenrijke O’Flahertie betaalde zijn mijnwerkers 3ct — het equivalent van 15€ nu — per emmer galena-erts.
De mijnwerkers moesten zelf hun hamers en bijtels bekostigen.

 

Een bijtel in de rotswand slaan vergde vier uur werk met drie mijnwerkers: een hield de bijtel vast en draaide hem na iedere hamerslag een halve draai. De twee anderen sloegen om beurt met hun hamer op de bijtel.

 

Op sommige foto’s zijn die bijtelstrepen te zien. Zo werden drie bijtelgaten naast elkaar gemaakt, in totaal 12 uur werk. Om de 12-urige werkdag af te sluiten, propte de bijteldraaier dynamiet in de gaten, stak de lont aan en moest dan snel naar een ‘safe hole’ klimmen om zijn hachje te redden. De knallen van die ontploffingen maakten de mijnwerkers half doof.

 

In de onderste gangen van de mijn stonden de arbeiders permanent tot hun knieën in het water. Als enige verlichting hadden ze een kaarsje op hun helm dat brandde op verrot dierlijk vet en een stinkende walm verspreidde. De meeste mijnwerkers stierven op hun veertigste wegens inademing van giftige dampen.

 

O’Flahertie betaalde enkel voor galena. Voor andere ertsen die werden bovengehaald, waaronder quartz, marmer, ijzerpiriet, fluoriet, bariet, betaalde hij niets…

 

Toen de prijs van lood na afloop van die twee oorlogen in elkaar stortte, sloot O’Flahertie de mijn, liet alle steengruis er terug in werpen en liet ze onder water lopen opdat niemand er gesteente uit zou kunnen halen en ten gelde maken… Daarom zijn alle tentoon gestelde materialen zo verroest. Om de mijn toegankelijk te maken voor het publiek, moest ze eerst helemaal terug leeg gemaakt en -gepompt worden.