Week 5 : Rosslare – Dungarvan – Killarney

Klik HIER om de foto’s van WEEK 5 te bekijken

VIDEO Our Lady’s Island, county Wexford : klik HIER

Maandag 17 juni : Wexford

 

Een avondwandeling van 500 meter tot het strand en onderweg kom je dit allemaal tegen….

 

 

De eeuwige golfslag naast getuigen van de vergankelijkheid van alles. Als dit je geen brok in de keel geeft….
Het ziet ernaar uit dat Ierland een land is dat mij gaat ‘pakken’ … aangrijpen en ontroeren.

De Facebook updates zullen erg onregelmatig worden vanaf nu, vrees ik. Zowel wifi als mobiel netwerk zijn hier maar heel wisselvallig beschikbaar, en met zwak signaal.
Foto’s plaatsen is moeilijk. Gisteravond op het strand had ik nog de beste ontvangst….
Inchecken lukt nu bv. ook niet .

Dinsdag 18 juni : St.-Margareth’s – Clonmines (40km)

Rustige en trage rit wegens meestal langs hotsebotsende ‘causeways’, maar vrijwel verkeersloos.

Ketting is vooraan weer van tandwiel geschoten en zat opnieuw klem tussen het trapstel, maar nu was ik wijs genoeg om de fiets meteen ondersteboven te zetten zodat ik de ketting rustig kon los wrikken. Na 20 minuten terug ‘on the road’.


Eindpunt vandaag was een super rustige camping aan de oever van river Owenduff.

Woensdag 19 juni : Clonmines – Tramore/Newton (40km)

Op en neer en terug op en neer, steeds opnieuw, maar de zeezichten waren mooi. De (kust)tegenwind was ook weer van de partij. Ik heb mijn fiets maar één keer moeten duwen, helemaal op het einde nog wel, in Tramore. Zo een zware hellingen had ik niet verwacht, m’n kop en benen stonden er niet meer naar.

 

 

Toegekomen op de camping in fikse regenbui. Gelukkig waren er goede faciliteiten: campers’ kitchen met indoor eetruimte en zelfs TV-room. Dit alles voor 8€. Er zit heel veel variatie op de campingtarieven

Donderdag 20 juni : Tramore – Clonea (Dungarvan) (41km)

Tot Bunmahon, een voormalig kopermijnstadje, was het traject loodzwaar: heel kort op elkaar steil op en neer en felle tegenwind. Het is vrij ontmoedigend wanneer je met veel hijgen en zuchten een steile helling bent op gekropen en dan na de top te ronden, enkele tientallen meters verder opnieuw de diepte induikt. Zo maak je nauwelijks kilometers, de afdalingen zijn te kort om de trage klim goed te maken.

 

Vanaf Bunmahon heb ik het kustweggetje — en de zeezichten — gelaten voor wat ze waren en een meer glooiende R-weg gevolgd. Dat fietste al iets vlotter.

 

Totaal onverwachts bleken de laatste 7 km zo plat als een uitgelopen spiegelei: ik kon aansluiten op de Greenway van Waterford naar Dungarvan, een oud treinspoor dat nu als wandel/fietsroute fungeert. Tijdens de burgeroorlog tegen het Britse bewind begin jaren ’20 is die spoorlijn het toneel geweest van hevige strijd en Republikeinse sabotageacties. Wat mij betreft waande ik me er even terug op de fietsostrade naar Mechelen. Ik arriveerde op de camping met volledig uitgeruste benen.

 

 

De camping ligt aan een lang zandstrand en in de avondschemering heb ik nog een strandwandeling gemaakt en een Tai Chi-vorm geoefend. Een heel geschikte plek voor een geconcentreerde uitvoering, met de horizon regelmatig binnen het gezichtsveld en een rustige ritmische golfslag op de achtergrond.

 

 

Morgenvroeg heb ik een afspraak bij een fietsenmaker in Dungarvan, want mijn achterrem sleept weer een beetje en bergop is dat niet fijn. Ik vrees dat mijn achterwiel op de groffe grintpaden in Engeland een ‘trek’ (stoot) heeft gehad. Waarschijnlijk was dat allemaal iets te ruw voor mijn opgelapt tweedehandsfietsje…

 

In the ‘post office’ van Tramore.

Omdat de hellingen aan de kust zo steil zijn (vandaag fiets ik veel vlotter en windlozer door het binnenland 😅🚴), besliste ik woensdagavond alle materiaal en kleren die ik nog nauwelijks gebruikt had, naar mijn lieve buurvrouw Marina Otto te sturen. Dat scheelt een kleine 4 kg.

 

Ik fietste met de spullen in een zakje en gewapend met duct tape, een schaar en een viltstift terug naar het dorp en ging ervan uit dat ze bij de post wel kartonnen dozen zouden verkopen. Niet dus, ik moest naar een papierwinkel wat verder. Kocht doos net op maat voor mijn pakketje, kleefde ze mooi dicht en terug naar de post.

Oei, 3,8 kg, dat zou me een fortuin kosten: 58€. De loketdame raadde me aan de inhoud over 2 dozen te verdelen. De grootte van de doos had geen belang, enkel het gewicht.
Dus terug naar de papierwinkel om een kleinere doos bij te kopen, waarin ik de zwaarste spullen stak.
Resultaat: 28€ voor hetzelfde gewicht, maar de postbode moet nu wel twee dozen bezorgen.

En zo word ik hier bezig gehouden. Rare logica, de EU pakjespost….

Vrijdag 21 juni O Mahony Cycles

 

vanmorgen liet ik in Dungarvan mijn slepende achterrem nakijken bij O Mahony Cycles. Ik kocht ook een comfortabeler en luchtiger zadeltje, omdat ik mijn zadeldekje in schapenvacht onderweg verloren was en te veel last kreeg van reetzweet 😅 op mijn plastieken zadel.
Bij het afrekenen kreeg ik een mooie donatie voor Cipriano!

Cormac neemt hier zondag deel aan een volledige triatlon. Ik wens hem veel succes!

www.dungarvangreenwaybikehire.com

 

 

Vrijdag 21 juni :  Dungarvan – Fermoy (64,5 km)

 

Op de langste dag een langere rit van Dungarvan naar Fermoy, grotendeels parallel met de Blackwater rivier, dus zacht golvend. De enige camping in de hele wijde omtrek was dicht, maar ik mocht de tent opstellen in de kunstig aangelegde tuin van de overburen James en Marianne. Met ontbijt! 🤗

 

Vrijdag 21 juni :  Dungarvan – Fermoy (64,5 km)

 

Op de langste dag een langere rit van Dungarvan naar Fermoy, grotendeels parallel met de Blackwater rivier, dus zacht golvend. De enige camping in de hele wijde omtrek was dicht, maar ik mocht de tent opstellen in de kunstig aangelegde tuin van de overburen James en Marianne. Met ontbijt! 🤗

 

Zaterdag 22 juni :  Fermoy – Killavullen (21 km)

 

Extreem korte rit van slechts 20km vandaag. Ik ben echt wel aan het lummelen deze reis. Vanmorgen heb ik uitgebreid ontbeten met James en Marianne O’Sullivan/Harris, en daarna heb ik hun prachtige tuin nog vrij uitgebreid op de digitale gevoelige plaat vastgelegd met het oog op een floraal filmpje. Daardoor ben ik pas een eind na elven vertrokken.

 


With Marianne Harris at The Haven Bar.

 

Ik wilde nog een 50-tal km bollen, maar de hellingen waren vandaag weer talrijker en stijler, dus ik vorderde langzamer. Na 20 km passeerde ik The Haven pub en besloot iets te gaan drinken. Ik mocht ook de wifi gebruiken, dus ik was een tijdje op mijn mobieltje bezig. Een vriendelijk dame die ook fietst vroeg me waarheen ik ging — Killarney National Park — en gaf me meteen een aantal routes die ik daar zeker moest volgen. Ze heeft een stacaravan nabij het park.

 

In het dorp had net een uitvaart plaatsgevonden en er kwam een dame binnen met de overschot van de broodjes. De waardin bood me meteen aan om mee aan te schuiven, er zaten nog enkele vegetarische met eiersla tussen 😀. Hoe kon ze weten dat ik wel wat honger had…

 

Omdat hier heel weinig accommodatie is in de streek, besloot ik alvast eens te vragen of zij een geschikte betaalbare plek wisten binnen een straal van 20 km westwaards. Kevin Luddy bood me aan de tent op zijn gemaaid veld te plaatsen, en omdat het ondertussen toch al tegen de vijven liep, besloot ik in te gaan op zijn vriendelijk aanbod.

 

Toen ik de tent onderaan het veld op een vlak gedeelte begon te plaatsen, kwam een buurman die zijn haag aan het maaien was naar me toe met de wijze raad de tent iets hogerop onder een grote boom op te stellen, omdat er voor vannacht en morgenvroeg veel regen voorspeld is. De boom zou toch iets meer beschutting geven. Die wijze raad heb ik ook opgevolgd. Volgens mij zijn de Ieren de vriendelijkste mensen van Europa!

 

 

Inderdaad zag ik nadien op de buienradar dat morgen heel de dag 90% regenkans voorspeld wordt. Dat is zoals tijdens de rit naar Fishguard vorige week zondag. Zondag regendag in deze contreien….

 

Het wordt dus weer een dagje regenfietsen, volgens buienradar met een zuidoostenwind, d.w.z. rugwind. Het zou dus nog kunnen meevallen, regen in de rug is niet zo erg. Hopelijk geraak ik morgen tot in Killarney National Park, waar terug campings zijn, want ik zal na twee nachten tuin- en veldkamperen wel ‘doucherijp’ zijn. Daarna volgt de Ring of Kerry en het rotseilandje Skellig Michael (met de boot).

En nu zit ik terug in the pub om nog wat bij te werken. Schol 🍺🍻

 

Zondag 23 juni :  Killavullen – Killarney (78km)

 

 

Omdat een hele avond in de tent doorbrengen geen aantrekkelijk idee is en ik ook het filmpje van Our Lady’s Island wilde afmaken en opladen, trok ik zaterdagavond iets na achten terug naar The Haven pub.
Ik installeerde me nabij een stopcontact omdat mijn telefoonbatterij bijna leeg was en bracht de laatste wijzigingen aan het filmpje aan. Om het geluid te kunnen horen, moest ik op het toilet gaan zitten want in de pub ging het er te luidruchtig aan toe.

Heel lang heb ik echter niet aan het filmpje kunnen prutsen, want al snel werd ik betrokken bij de gesprekken en moest ik ook heel mijn verhaal doen. Ene Eric bood me zijn sleutel aan om te gaan douchen, maar ik had niet veel zin om helemaal terug naar de tent te wandelen om mijn gerief te gaan halen. Het was te warm en gezellig in de pub en ik was bovendien van plan in mijn onwelriekende fietskleren te slapen wegens de voorspelde stormnacht. Kwestie van snel ingepakt te zijn moest er met de tent iets fout lopen.
Over heel de avond is het filmpje in stukken en brokken gelukkig toch af- en opgeladen geraakt.

 

De nacht ging rustig in, maar rond 3:15 werd ik wakker van hevige rukken aan de tent. Aeolus had inderdaad de wangen nog eens gebold en stuurde zijn felle ademstoten de aarde over, waar mijn tentje een en ander moest opvangen om mij uit de wind te houden. Een beetje ongerust over de heftigheid van de rukken besloot ik na een poos de (dubbele) piketten toch maar eens te gaan controleren (‘haringen’ voor Marcel De Beukeleer, maar die horen volgens mijn taalgevoel eerder in water dan in de grond thuis) . Ze hadden geen krimp gegeven en gerustgesteld kroop ik terug in mijn zak en viel in slaap.

 

Om 6 uur was de wind gaan liggen en hoorde ik geen regengetikkel meer op het tentzeil. In plaats van me op dit ontiegelijk uur nog eens om te draaien, schraapte ik me bij elkaar om in te pakken en iets te ontbijten. Ondertussen waren er toch nog een tweetal vlaagjes gepasseerd, dus de hoop om de tent droog in te pakken mocht ik opgeven. De binnen- en buitentent ontkoppelen en apart inpakken was een valabeler idee.

 

Om 8 uur stond mijn geel stalen ros vertrekkensklaar voor een lange (78 km) natte rit naar Killarney, met rugwind! Zondag rustdag dus geen zwaar verkeer op de baan: ik koos de weg van de minste weerstand en sloot in Maloy aan op de N72. Mijn gemiddelde snelheid lag nu met 14,2 km/uur ook merkelijk hoger dan op de lokale weggetjes.

 

In de koffiebar van een benzinestation vernam ik van een gepensioneerde postbode dat zijn pensioen 500€/week bedraagt, toch merkelijk hoger dan in België, me dunkt. En ook dat hij eens vele duizenden euro’s verlies had geleden door in te gaan op een beleggingsvoorstel van een financieel analyst. Die geldhavikken zijn overal even meedogenloos….

 

Vlak voor Killarney in een rommelig brocante winkeltje waar ik mocht schuilen voor een plensbui, viel mijn oog op een oud houten beeldje van een Keltische druïde. Van iedere lange reis breng ik graag een representatief hebbedingetje mee, en voor deze streek kon ik me niets passender voorstellen. Dus morgen weer eens naar het postkantoor….

 

En vanavond slaap ik fris gewassen in een warm hostelbed. Het natte tentzeil mag een nachtje in de fietstas doorbrengen.

 

Vandaag heb ik alleen een vertrekfoto genomen, want tijdens de rit was het te nat en grijs om mijn gsm boven te halen.