Week 13 : Melvich – John O’Groats – Newtonmore

Klik HIER om de foto’s van WEEK 13 te bekijken

Maandag 12 augustus : Melvich – John O’Groats (60km)

 

Een zonnige dag vandaag met een zachte rugwind, die bovendien aanving met een mooie gift voor Cipriano.

 

Na Melvich volgde nog een vrij lange klim, en toen veranderde het landschap heel snel van karakter. Van een serieus heuvelige omgeving met turfmoerassen, kwam ik plots in een zacht golvend agrarisch landschap terecht. Aangenamer voor de beentjes, die nu veel minder zwaar belast werden, maar veel minder fotogeniek dan de dramatische bergen en lochs. Ik waande me bijna in Noord-Frankrijk, met uitzondering van de muurtjes rond de weilanden, die nu niet met zware keien gemaakt waren, maar met platte rechtop staande flagstones.

 

 

Tijdens het tweede gedeelte van de rit, na Thurso, passeerden enkele seascapes de revue. Omdat het een heldere dag was, waren het eiland Stroma en verderop de Orkneys goed zichtbaar.

 

Ik had geluk dat ik net vandaag nog eens een grotere stad als Thurso passeerde, want gisteravond overkwam me iets heel bizars. De bluetooth muis waarmee ik heel de avond op mijn tablet had zitten werken in de pub bij de camping, was plots spoorloos nadat ik even aan de toog iets was gaan bestellen. Er zat niet veel volk meer in het café. We zochten alles af, maar tevergeefs. Ook vanochtend werd ze door de schoonmaakster niet gevonden. Het enige dat ik me kan inbeelden is dat jonge kinderen de muis bij het buitengaan hebben meegeritst, en dat de ouders dit (nog) niet gemerkt hebben. Zonder muis kan ik met de tablet niet veel aanvangen, maar in Thurso was gelukkig een computerwinkel.

 

Onderweg in Castletown passeerde ik een vervallen flagstone fabriek die dateerde uit 1825. Het was de eerste fabriek in County Caithness, een regio die in de 19de eeuw t.g.v de wegenwerken n.a.v. de industriële revolutie een van de grootste producenten van flagstone werd. Dit duurde tot WOI, toen overgeschakeld werd naar beton voor bestrating. Tegen 1920 waren alle flagstone fabrieken in Caithness, die ooit 1000 arbeiders tewerkgesteld hadden, allemaal dicht. Veel arbeiders emigreerden omdat in deze regio nauwelijks werk te vinden was.

 

In de flagstone fabriek verdienden de arbeiders trouwens ook nauwelijks het zout op hun patatten, die ze dan bovendien moesten aankopen in de fabriekswinkel. De schepen die de plavuizen wegvoerden, kwamen terug volgeladen met voedingsmiddelen voor de fabriekswinkel, die daar, natuurlijk met goede winst, verkocht werden aan de arbeiders. Alweer ‘kassa kassa’ voor de patroon, dit op de rug van zijn arbeiders… Een verhaal van dubbele uitbuiting dat in het 19de-eeuwse kapitalisme overal schering en inslag was….

 

Toen ik net mijn tentje had opgesteld op een klein campingkje vlak voor John O’Groats — het meest noordelijke punt van mainland Schotland — was het boven de oceaan alweer aan het gieten, met een mooie avondlucht tot gevolg.

 

Morgenvroeg nog een vijftal kilometer te rijden naar het noordelijkste punt voor de sponsorfoto, en dan in duikvlucht naar Kingston upon Hull voor de ferry overtocht naar Rotterdam. Nog zo’n 900 km te gaan, en dan 100+ heerlijk vlakke kilometers van Rotterdam naar Antwerpen.

 

Na fietsrichtingen west, noord en oost komt met zuid nu het einde naderbij. Mijn tocht is voorbij gevlogen, en dat levert een dubbel gevoel op. De luxe van thuis versus het graag altijd onderweg zijn…

 

 

Dinsdag 13 augustus : Duncansby Head – Dunbeath (64km)

 

Vuurtoren en kliffen

 

Duncansby Head is het noordoostelijkste punt van Schotland. Het ligt een drietal kilometer voorbij het dorpje John O’Groats.

De vuurtoren stelt niet zoveel voor, maar de rotskust en de losse rotspilaren voor de kust waren impressionant, zeker in combinatie met de dreigende luchten en striemende regenvlagen.

 

50 km langs een heerlijk lokaal weggetje door de ‘leegte’, opgeleukt met twee serieuze regenbuien, en 10 km langs de kust via de vrij drukke A9.

 

In een bosrijk gebied — het deed goed de geur van dennen nog eens te ruiken — zag ik vanaf de weg de ‘Camster Cairns‘, een ronde steenheuvel met 1 ingang en een langwerpige met 2 ingangen. Ik kon ze echter niet bezoeken, want het liep al tegen zes uur en ik had nog 20 km te fietsen.

Bij aankomst was ik vrij moe, waarschijnlijk vanwege de nat – droog – nat – droog wissels. Het was gisteren maar 12°, je koelt heel snel af bij nattigheid. Er was gelukkig een ‘dry room‘ op de camping, dus alle fietskledij gegarandeerd kurkdroog ’s ochtends. En verwarmd sanitair, dat doet ook goed.

 

Woensdag 14 augustus: Dunbeath – Brora (42km)

 

Heel de rit naast de vrij drukke A9, er is absoluut geen alternatieve weg hier. En morgen nog eens….
Eén erg lastige en lange klim vandaag, van 10 tot 15%, die ik in drie stukken heb moeten verdelen om boven te geraken.

 

Ik passeerde de ruïne van Badbea, een dorp vlak op de rand van de kliffen waar kleine pachtertjes (crofters) zich noodgedwongen gevestigd hadden na de ‘land clearances‘. Grootgrondbezitters stelden eind 18de, begin 19de eeuw vast dat grootschalige schapenhouderij meer opbracht dan land verpachten aan arme keuterboertjes, en ze verjaagden hen uit hun huisjes naar de onvruchtbare kusten. Zo nodig werden de hoeves in brand gestoken wanneer de rechteloze pachters niet wilden vertrekken.

 

In Badbea leefden vanaf 1792 12 gezinnen en hun vee. Het waaide er soms zo hard dat ze hun kinderen en hennen moesten aanlijnen om niet over de klifrand te waaien….

 

Velen beslisten te emigreren, ondermeer naar Canada of Australië. Tegen 1903 was Badbea helemaal verlaten. Een van de zonen van een emigrant keerde terug naar Schotland en bouwde in 1907 op de site een memorialtoren voor de voormalige gezinnen van Badbea.

 

In Helmsdale enkele kilometers verder staat een standbeeld voor de emigranten dat qua emoties erg doet denken aan het monument in (London)Derry. Allemaal schrijnende histories, moedwillig veroorzaakt door mensen uit winstbejag….

 

Donderdag 15 augustus: Brora – Evanton (62km)

 

’s Avonds was ik wegens overvloedige regenval in Brora niet tot het strand geraakt, maar ’s ochtends vroeg lukte het wel.
Tegen 8:30 wilde ik vertrekken, maat toen was het alweer aan het miezeren, dus ik heb de tent nat moeten pakken. De rit was gelukkig vrij licht en glooiend, niet al te veel kuitenbijters, en tegen de middag klaarde het op.

 

Onderweg passeerde ik Dunrobin Castle, met niet minder dan 189 kamers, een valkenhouderij en een Versailles-achtige tuin. Dat is waarschijnlijk het stulpje geweest van de rijke stinkerd die in de 19de eeuw de Balbea pachtertjes uit hun hoevetjes verdreef, maar dit heb ik niet kunnen natrekken wegens een nog te lange rit voor de boeg.

 

In Tain, een mooi museumdorpje, bezocht ik snel het kerkje dat aan St. Duthac gewijd is. Duthac werd hier waarschijnlijk rond het jaar 1000 geboren. Hij had als kind al speciale gaven en trok later naar Ierland om er te studeren. Het kerkje werd een bedevaartsoord dat op 20 jaar tijd 18 keer door King James IV bezocht werd.

 

Ik vond er ook nog een gegraveerde Pictische steen, de Ardjachie Stone, maar de gravure is erg afgesleten en niet zichtbaar zonder zon, vernam ik van de museumsuppoost.

 

Na Tain kon ik gelukkig via een rustig landweggetje verder, even respijt van de ellendig drukke A9.

 

Vrijdag 16 augustus: Evanton – Inverness (38 km)

 

Niet veel te vertellen vandaag. Geen adembenemende landschappen, maar één regenbuitje, dat begon vlak nadat ik de laatste hap van mijn boterhammen had doorgeslikt op een mooi bankje aan de oever van de Ness, en een heel lange en winderige brug over naar Inverness. Bij de fotootjes die oppoppen tijdens het fietstraject staat een korte uitleg -> klik op hier op Evanton – Inverness

 

Omdat ik geen al te goede fietsdag had vandaag, besliste ik hier te stoppen. Vanavond zet ik een bescheiden stapje in de stad 😋. Eens iets anders dan fietsen en sociale media updaten zal goed doen.

 

Zaterdag 17 augustus: Inverness – Aviemore (50 km)

 

Terug een landschappelijk interessantere rit vandaag. De eerste 15 km om uit Inverness te geraken waren permanent klimmen en vrij saai, zoals steeds bij het verlaten van een vrij grote stad.

 

De rest van de rit over National Cycling Route 7 verliep via rustige wegen en door bossen en mooie, heuvelachtige natuur. Het hoogste punt van de rit was de pas van 454 meter bij Sloghd Summit. Daarna was het vrijwel heel de tijd dalen tot Aviemore.

 

In Carrbridge passeerde ik een boogbrug uit 1717. De mevrouw die er een fotootje van mij trok, wist te vertellen dat enkele jaren geleden, na 4 dagen heftige regenval, het water van de rivier gestegen was tot vlak onder de brug. Dat moet wel wat geweest zijn! We mogen van geluk spreken dat het mooie bruggetje dit overleefd heeft.

 

Zondag 18 augustus: Aviemore – Newtonmore (30 km)

 

Vanmorgen moest ik naar het dorp, op zoek naar een bout/moer om een losgekomen bout van het ophangsysteem van een achterfietstas te vervangen. Tegelijk nog eens naar mijn remmen laten kijken voor de laatste etappe van 700 km. Erg vond ik dit oponthoud niet, want de regenbuien volgden elkaar snel op, geen uitnodigend weer om voor lange tijd op de fiets te kruipen.

 

Wegens de regenbuitjes wilde ik liefst terug in een hostel overnachten, omdat ik daar m’n fietskledij gemakkelijker droog krijg. De enige optie was Newtonmore, amper 30 km verder, want 95 km tot Pitlochrie was te ver om op een namiddag af te knotsen.

 

Onderweg passeerde ik de ruïne van de Ruthven kazerne uit 1717. Die werd opgericht om de Highlands onder controle te houden na de eerste (Rooms Katholieke) Jacobitische opstand van 1715 tegen de Protestantse Willem III, prins van Oranje, die in Londen Jacobus II van de troon had gestoten. De kazerne kon een garnizoen van 120 manschappen huisvesten, in twee tegenover elkaar liggende blokken van 60 man, en 18 paarden.

 

Morgen een langere rit tot Pitlochrie. Hopelijk in iets betere weersomstandigheden.

 

Klik HIER om de foto’s van WEEK 13 te bekijken